Als het laat wordt 's nachts, is opstaan moeilijk. Dat merkten we maar al te goed. De bedoeling was om op te staan rond 9 uur, maar de wekker was al een paar keer afgelopen voor Frank rond 10 uur vroeg of het niet eens eindelijk tijd was om op te staan. Vegas is afzien, baby.
We waren van plan om een ontbijtbuffet mee te pikken in een van de grote hotels, maar het bleek dat ontbijt maar tot 11 uur geserveerd werd. Ook in Vegas houden ze zich aan strikte uren blijkbaar. Helaas geen buffet voor ons dus. Wij dan maar met onze valiezen in ons eigen hotel even gaan rondkijken en we vonden een “all you can eat pancake buffet”. Frank, Wouter en ik besloten om ons daar even aan te wagen. Johannes ging voor een all American breakfast met eitje, toast, spek en aardappelen. Van veel “all you can eat” was er eigenlijk geen sprake trouwens. We zijn echte zwakkelingen. Op ons eerste bord lagen 3 dikke pannenkoeken waarvan Frank er 2 heeft opgegeten, ik bijna 3 en Wouter 3. Daar bleef het bij. De buikjes zaten toen echt al overvol! 't Was best wel grappig: Europeanen wagen zich aan all you can eat en falen grandioos. ;)
Daarna kon het echte afzien pas beginnen: we zetten koers naar Death Valley, de droogste en heetste plaats van de VS. En dat hebben we ook geweten. Na een ritje van zo'n 3 uur kwamen we rond 15u30 aan. Het was toen al iets minder warm, maar we haalden nog makkelijk 108° F (= 42° C). 't Was echt ongelooflijk heet. Zelfs de wind blies hete lucht. Een rare ervaring.
Death Valley was trouwens op het eerste gezicht wat ik ervan verwacht had: ongelooflijk saai, al dacht Frank daar wel anders over. Die was duidelijk in zijn nopjes. Al bleek Death Valley duidelijk meerdere gezichten te hebben. De Salt Flats bij Badwater waren een vreemd gezicht, maar wel prachtig, net omdat ze zo ongewoon waren. Van ver lijkt het alsof er een grote sneeuwvlakte ligt, maar als je erdoor wandelt, besef je dat het allemaal zout is. Op een vreemde manier wel mooi en heel bijzonder. Devil's Golf Course vond ik dan weer minder bijzonder. Gewoon vreemde zoutophopingen waarover je zou struikelen als je even niet goed oplette. Door Johannes 'het patattenveld' gedoopt trouwens. Daarna deden we nog de scenic drive Artists Drive die wel mooi was, maar ook niet echt meer dan dat. Het grappigste moment was wel dat Frank zich bij een bepaald, niet echt bijzonder, uitkijkpunt parkeerde en dat er plots 5 auto's achter ons geparkeerd stonden. Die dachten allemaal dat wij wisten waar het te doen was blijkbaar. De avond sloten we af met een avontuurlijke rit in de 20 Mule Team Canyon en een wandeling naar Zabriskie Point. Het eerste was niet echt de moeite, het tweede bood een heel mooi uitzicht over de omgeving.
Death Valley bleek uiteindelijk dan toch niet zo saai te zijn als ik het me had voorgesteld. Het lijkt op het eerste gezicht heel erg verlaten en de ene vlakte lijkt op de andere, maar als je door die façade kijkt, besef je dat er eigenlijk heel wat moois te zien is. Het verbaasde me vooral dat er bergen zijn in Death Valley en best wel veel! Je krijgt op sommige plaatsen echt wel heel mooie landschappen. Wat me natuurlijk het meest bijblijft, is de warmte. Of misschien beter: de enorme hitte. De warmte was echt om van achterover te vallen. Zodra de auto stil stond en de airco af stond, waande je je in een Turks stoombad. Met andere woorden: overal vochtige, plakkerige hitte. Gelukkig waren we pas laat in de middag daar, zodat het al vrij snel draaglijker begon te worden. Ik hield het in de brandende zon in elk geval niet lang uit. We hadden wel het geluk dat er die dag wolken waren (de eerste wolken van onze reis, echt waar!), zodat de zon zich toch een paar keer verstopte en de temperatuur draaglijker was. Ik was er in elk geval niet rouwig om dat ik de zon achter de bergen zag wegzakken.
's Avonds sliepen we in een van de twee enige resorts die zich in Death Valley bevinden. Wij sliepen in Stovepipe Wells, dat zich dicht bij de westrand van het park bevindt. Resort is natuurlijk een groot woord, want de kamer doet wel zeer motelachtig aan. Nochtans vond ik alles wel heel proper, al was het natuurlijk meer basic dan hetgeen we tot nu toe gewoon waren. Het avondeten was trouwens al een ervaring op zich. We hadden twee dagen ervoor een mailtje gekregen dat er brand was geweest, zodat ze onmogelijk eten konden serveren. We konden in het winkeltje wel broodjes en snacks kopen... Ons diner bestond uiteindelijk uit kippennoedelsoep (warm water gieten, laten trekken en klaar), pasta Alfredo (idem), een broodje kalkoen en een diepgevroren snickers. In het winkeltje was een microgolfoven en warm water beschikbaar. Het roadtripgevoel werd wel heel erg versterkt die avond. ;) Wouter en ik namen ook nog een duik in het zwembad, wat natuurlijk heel erg deugd kan doen na zo'n warme dag. De temperaturen zijn daar 's avonds dan heerlijk. Net warm genoeg. Zulke zomeravonden teken ik thuis ook graag voor!
Het spectaculairste deel van ons verblijf daar heb ik overigens nog niet eens vermeld: de ongelooflijk mooi sterrenhemel. Lang geleden dat ik nog zo veel sterren zag. 't Was echt geweldig! Ik vermoed dat we ongeveer 10 keer zo veel sterren zagen als thuis en niet alleen dat. Je kon ook nog nevels zien. Prachtig gewoon. 't Was echt genieten. Trouwens een raar gevoel, weten dat je slaapt midden in de woestijn, ver weg van de bewoonde wereld. Tegelijk een fijn, maar toch ook ongemakkelijk gevoel. 't Is een avond die ik niet snel zal vergeten in ieder geval.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten